Naar Manaus
Bij de Braziliaanse grensovergang kreeg ik, na o.m. het tonen van mijn gele vaccinatieboekje, een stempel en nam ik, verlost van mijn bolivares, een colectivo taxi naar Boa Vista, hoofdstad van de staat Roraima.
Bij aankomst in Boa Vista zaterdag rond het middaguur bleek er niet meteen een bus te vertrekken voor de 12 uur durende rit naar Manaus. Omdat ik moest wachten tot 7.30pm en niet genoeg reais op zak had om een kaartje te kopen, ging ik naar het centrum van Boa Vista om wat geld te pinnen. Dit was makkelijker gezegd dan gedaan. De alom aanwezige Banco do Brasil blijkt mijn kaarten namelijk niet te accepteren… Gelukkig wisten enkele mensen me er op te wijzen dat een juwelier in het centrum wel dollars kon wisselen tegen een schappelijk koersje. Dollars lichter en reais rijker, besloot ik wat rond de lopen door de straten van Boa Vista. Wegens de uitgestrekte ligging van de stad, de enorme brede straten, het snikhete uur van de dag en het feit dat er niets te zien was, was dit geen pretje. Ik nam de bus terug naar de rodoviária.
In het busstation kocht ik mijn kaartje en na enkele uren wachten kon ik de bus instappen. De reis over de snelweg door de Amazone verliep voorspoedig. Alleen bij het ochtendgloren kon ik, kijkend door het raam, iets van de jungle waarnemen.
Manaus
Bij het busstation van Manaus, namen ik, een reizende Duitse dokter die ik op het busstation in Boa Vista had ontmoet en 4 andere backpackers die met aan andere bus gearriveerd waren, de stadsbus naar het centrum.
Met de Duitser deelde ik een kamer in een hotel en nadat we ingecheckt hadden, begonnen we door de straten van Manaus te lopen. Het centrum van Manaus is vrij smerig en chaotisch. Wat verder weg van de rivier, staat een operagebouw wat dateert uit de periode dat de stad floreerde wegens de rubberboom en de daaruit resulterende rubberboom. Voor de rest stelt Manaus niet zoveel voor. Daarna bezochten we de haven om informatie in te winnen over boten naar Belém. De dag erop bleek er een te vertrekken, waarbij de keuze gemaakt kon worden tussen “hangmat eerste klasse” (190 reais = 74 euro) en “hangmat tweede klasse” (180 reais = 70 euro). Met deze informatie keerden we terug naar ons hotel en sliepen we wat. Toen ik wakker werd ging ik terug naar de haven om een kaartje Manaus-Belém “hangmat eerste klasse” te kopen. Later die dag namen we een stadsbus naar de enige echte shopping mall in het midden van de Amazone: Amazonas Shopping Centre! Hier aten we hamburguers en kocht ik een woordenboek Portugees-Engels en vice versa.
De volgende dag nam ik ‘s morgensvroeg afscheid van de Duitser, die een jungle-tour ging doen, en daarna kocht ik een fraaie hangmat voor 35 reais (= 14 euro). Na wat spullen ingeslagen te hebben (o.m. een grammatica-boekje in het Portugees), vertrok dan maandag om 4pm de Amazone-boot Rocha Neto met bestemming Santarém, halverwege Manaus en Belém…
De Amazone
De Rocha Neto is een typische, driedeks Amazone-boot. Het onderste dek ligt boven de motorruimte en biedt plaats aan “hangmat tweede klasse”. Het middelste dek (“hangmat eerste klasse”) was het drukst met ruimte voor pakweg 60-70 hangmatten en bovendien enkele dure slaapcabines. Op het bovendek was een barretje en stonden wat tafels en stoelen.
Behalve Brazilianen waren er nog 4 andere backpackers aan boord: één Welshman, met wie ik nog de stadsbus vanaf het busstation in Manaus naar het centrum had genomen, en drie Zweden. Logischerwijze ging ik met hun het meeste om. Naarmate mijn Portugees beter werd, kon ik een heel klein beetje converseren met de Brazilianen (het flauwe, niet door feiten gestaafde en dus provocerende “Holanda é melhor em futebol que Brasil” doet het altijd goed natuurlijk…). Verder was het luieren, lezen en praten in de hangmat en af en toe eten (3 keer per dag, in de prijs inbegrepen). Dat laatste probeerde ik na verloop van tijd te beperken aangezien ik binnen 10 minuten na iedere maaltijd de van lage kwaliteit zijnde sanitaire voorzieningen moest visiteren… De geelbruine rivier is breed genoeg om beide oevers te zien, maar van het regenwoud en haar bewoners zelf was weinig tot niets te zien. Slapen ging beter dan verwacht, al werd ik altijd wel een keer wakker midden in de nacht.
Na twee dagen varen kwamen we ‘s morgensvroeg aan in Santarém. Hier stapten we uit om rond te lopen, te eten en drinken te kopen. ‘s Avonds keerden we terug naar de boot die de volgende dag weer terug zou keren naar Manaus. Op de boot dronken we rum om daarna onze hangmatten op te zoeken.
De volgende dag verkasten we naar een andere, tweedekse boot en begonnen we voor de tweedaagse trip naar Belém. Er waren weer wat backpackers ingestapt: één Belg en vier Duitsers.
De reis was van hetzelfde laken een pak, alhoewel we naar het einde toe wat dichter op de oevers voeren, zodat we locals in hun houten boten konden zien. Na twee dagen doemde daar dan (eindelijk..) Belém op, hetgeen me deed denken aan het arriveren in Cartagena toen we vanuit Panamá naar Colombia voeren.
Belém
In Belém namen we een taxi naar het hostel (Hotel Fortaleza). De Welshman vertrok meteen naar Salvador per bus. Nadat we ons opgefrist hadden, liepen we naar de kade om eindelijk iets anders te eten dan kip of rundvlees met rijst, spaghetti of bonen. Daarna gingen we met alle reizigers uit in een tent ver buiten het centrum.
Omdat Belém, net als Manaus, niet bijzonder veel te bieden heeft, wilden ik en de Zweden een bus nemen naar São Luís. Echter, er vertrokken geen bussen meer en bovendien was deze rit van 12 uur veel te prijzig (100 reais = 39 euro). We besloten om een nachtje langer in Belém te blijven, São Luís te skippen en de volgende dag om 8am een bus te nemen naar Fortaleza.
Naar Fortaleza
Naast dat reizen per bus enorm duur is, zijn de wegen (in het noordoosten) bedroevend slecht. De zogenaamde snelweg zat vol kuilen en te hooi en te gras ontbraken er stukken asfalt. Bovendien is er in dit droge, vlakke en arme gebied niets te zien onderweg. De Zweden stapten na 24 uur uit in Sobral om naar Jericoacoara te gaan. Ikzelf bleef nog 6 uur in de bus zitten om tenslotte in Fortaleza te arriveren…
Fortaleza
Op het busstation in Fortaleza nam ik een stadsbus naar Praia de Iracema, een strand in de stad met ho(s)tels. In Pousada Atalaia was vrijwel niemand te bekennen… Na één overnachting verkaste ik naar Hotel Abril em Portugal om daar – veel goedkoper – een kamer te delen met een Israëlier die ik in de supermarkt was tegengekomen. Met hem heb ik mijn 5 dagen doorgebracht in Fortaleza, hetgeen inhield dat we vooral op het strand lagen van Praia do Futuro, een half uur buiten het centrum.
Het noordoosten van Brazilië kent een Nederlandse geschiedenis met pogingen van de Nederlanders om land van het Portugese empirium in te nemen. Wegens desinteresse werden deze pogingen uiteindelijk gestaakt. Toch bestaan er nog enkele bewijsstukken hiervan. Zo staat in Fortaleza een fort wat door de Nederlanders gebouwd is. De naam van dit fort, Fortaleza Nossa Senhora de Assunção, is de naamgever van de stad. Het fort en het weinig indrukwekkende centrum heb ik makkelijk op een ochtend kunnen bezoeken. Daarmee zijn dan ook de culturele trekpleisters van deze stad genoemd. Veel meer dan stranden en sex-toerisme heeft deze vijfde stad van Brazilië niet te bieden…
Omdat de bus naar Recife relatief te duur was, kocht ik maar een kaartje Salvador de Bahia. Hier kwam ik na een voorspoedige, maar lange rit van 23 uur aan.
Salvador de Bahia
Salvador de Bahia – Salvador in het kort – is de vierde stad van het land. Deze havenstad aan een prachtige baai is de meest Afrikaanse stad van Brazilië. De Portugezen haalden hun slaven uit westelijk Afrika (voornamelijk Angola) om ze vervolgens naar Salvador te brengen en hier te verhandelen.
Bij aankomst ‘s avonds op het busstation nam ik twee stadsbussen naar een hostel in de wijk Barra. Deze in zuidwesten gelegen wijk ligt aan de baai en herbergt enkele stadstranden geflankeerd door vuurtorens.
De volgende dag ging ik met de benenwagen naar het mooi gerenoveerde Centro Historico, hetgeen bestaat uit enkele praças (pleinen) omringd met igrejas (kerken). Pelourinho is de meest bekende praça met pastel-kleurige huisjes op een met cobblestones geplaveide helling. Geholpen door Afrobraziliaanse taferelen heeft het een heerlijke atmosfeer. De rest van de dag verbleef ik op Praia Porto do Barra, 50 meter van het hostel…
De dagen die volgden stonden ook in het teken van stranden. De stadsbus met als eindbestemming Praia do Flamengo begint bij het stadstrand Praia Porto do Barra en voert vervolgens langs prachtig gesitueerde stranden aan de Avenida Oceânica. Stadstranden met kalm water maken langzaam plaats voor oceaanstranden met sterke stromingen.
Na ruim een week Salvador nam ik de nachtbus naar Porto Seguro.
Porto Seguro, Arraial d’Ajuda en Trancoso
‘s Morgens vroeg arriveerde ik in Porto Seguro na een busreis van 12 uur. Ik nam een taxi naar een hostel, wat compleet leeg bleek te zijn! In Brazilië is een uitgebreid netwerk van hostels onder de noemer Hostelling International (HI). Er zijn er ongeveer 85 (waaronder die van Porto Seguro). De hostels zijn in het algemeen enorm groot met veel dormitorios en ontbijt is inbegrepen in de prijs. Waar in andere landen vooral buitenlanders in hostels zitten, zitten er met name veel Brazilianen in de HI hostels.
Men vertelde me dat de periode voor en tijdens Kerstmis de stilte is voor de toeristenstorm. Na één dag op het strand gehangen te hebben, vertrok ik de volgende dag naar Arraial d’Ajuda (via een ferry en een halfuur durende busrit). Het HI hostel hier had gelukkig wel enkele (buitenlandse) backpackers. In het begin ik ging vooral om met een zojuist in Brazilië gearriveerde Amerikaan. Wederom stonden de dagen vooral in het teken van zon en strand (Praia Mucugê en Praia Pitinga).
Arraial d’Ajuda is net als Porto Seguro een beach-resort, maar dan kleiner van omvang. Het is een relaxed plaatsje met enkele dichtbijgelegen stranden. Het is ook populair bij moderne hippies maar deze zijn makkelijk te vermijden.
Op zaterdag eerste kerstdag waren ik, de Amerikaan en een Fransman van plan om uit te gaan naar de beachclub Magnolia aan het eerste bovengenoemde strand. We besloten te gaan lopen omdat het niet al te ver was. Onderweg kregen we gezelschap van twee dronken Engelse meisjes. Het laatste stuk naar de beachclub was lange, stoffige weg zonder verlichting. Ik en de Amerikaan waren wat achter gebleven bij de drie anderen. De Amerikaan liep een paar meter achter mij. Plotseling werd de Amerikaan in het pikdonker vastgegrepen door één iemand en werd hem een mes tegen de keel gezet. Ikzelf werd door een ander in het Portugees gecommandeerd om me om te draaien. Ik schreeuwde naar de andere drie dat we bedreigd werden, maar om dubieuze redenen werd mijn poging om hun aandacht te trekken niet gehonoreerd. De Amerikaan, die uitmuntend Portugees spreekt, probeerde zijn belager te kalmeren en kwam er vrij snel achter dat het mes van plastic was! Hij greep het mes, brak het doormidden, wurgde zich los en riep tegen mij dat we weg moesten rennen. We renden tot de andere drie, nog steeds achtervolgd door de twee rovers. Dit alles gebeurde in het pikkedonker. Gelukkig kwam er een auto langs en we lieten de twee Engelsen instappen. De rovers bleven op afstand zodat ze niet gezien zouden worden. De auto reed snel weg en we waren weer alleen… De Fransman was al lang weggerend. Ik en de Amerikaan besloten bij elkaar te blijven. We hoorden de belagers weer naar ons roepen en we begonnen weer te rennen in het donker. Omdat ik door hun geroep hoorde dat die van het mes achterop liep, hield ik wat in om de ander een trap te geven. Vervolgens rende ik vooruit naar de Amerikaan en we bleven rennen tot de beachclub, die niet ver weg bleek te zijn. Vreemd genoeg waren de Fransman en de twee Engelse meisjes al de beachclub ingegaan! Ook nadat we een beetje bijgekomen waren en binnen waren, duurde het een tijdje voordat ze begonnen te informeren… Onze goede zin (met name die van de Amerikaan natuurlijk) was verdwenen en na een uur gingen we terug naar ons hostel. Met de taxi dit keer… Feliz Natal!
De volgende dagen stonden weer in het teken van zon en strand. Bovendien heb ik nog Trancoso bezocht, een plaatsje vlakbij Arraial d’Ajuda met enkele koloniale huisjes, hetgeen niet zo bijzonder was.
De 29ste nam ik een nachtbus naar Vitoria. Daar moest ik 4 uur wachten om een bus te nemen naar Rio de Janeiro, waar ik de 30ste rond 9pm aankwam.
Rio de Janeiro
In Rio de Janeiro logeerde ik ruim 2 weken bij een Carioca, André, die ik in Medellín (Colombia) heb leren kennen. Hij woont in de wijk Botafogo dat ingeklemd ligt tussen de twee trekpleisters Corcovado (met O Cristo Redentor) en Pão de Açúcar.
De dag van aankomst (vrijdag 30 December) gingen we uit in Lapa. Dit is een wijk die enkele jaren geleden nog een rosse buurt was, maar na enkele investeringen is uitgegroeid tot een belangrijk uitgaansgebied met veel samba-cafés. Alleen rondslenterende transsexuelen (!) getuigen nog van de oude atmosfeer. Hier zijn we een paar keer uitgegaan.
Op nieuwjaarsdag hield André een feestje in zijn winkel aan de belangrijkste straat in de wijk Copacabana. Tegen middernacht gingen we met z’n allen het strand op om daar het knallende vuurwerk te aanschouwen. Feliz ano novo!!!
De eerste week in Rio was het weer slecht, veel bewolking en af en toe regen. Dan is Rio ook maar een gewone, grote stad… Ik beperkte me tot het centrum en het op een heuvel gebouwde Santa Teresa, dat ik met de bondinho (oude tram) aandeed. Eén dag in en rond Leblon/Ipanema gaf een treurig beeld met verlate stranden en een in nevelen gehuld Christus beeld.
Zaterdag, een week na nieuwjaar, gingen we naar het concert van DJ Tiësto. Zijn set was helaas niet zo goed als die van Ferry Corsten in Bogotá: veel oude nummers. Bovendien zorgden de Brazilianen voor een vreemde sfeer door zonnebrillen te dragen (drugs?, mode?). Verder liepen de gasten die naar een sportschool gaan allemaal in ontbloot bovenlijf rond. En André was van zijn digitale camera beroofd…
Maar na regen komt zonneschijn, ook in Brazilië. Tijdens de tweede week kon ik eindelijk op de stranden van Leblon/Ipanema en Copacabana gaan liggen. Het strand van Copacabana is het bekendste strand ter wereld, maar ligt in een wijk met een bedenkelijke reputatie (“gevaarlijk”, veel prostitutie). Ipanema daarentegen is een dure, sjieke buurt. Copacabana heeft een mooier uitzicht (onder meer op Pão de Açúcar), terwijl op Ipanema Rios’s grootste favela Rocinha zichtbaar is. Op beide stranden is het Braziliaanse begrip Raimunda te zien. Dit is een Braziliaanse, feia de cara, boa de bunda. Een Amerikaan noemde het The Brazilian Surprise…
In heel Rio is alles eenvoudig te bereiken met de metro en stadsbussen. Ik nam een bus naar de voet van de berg Corcovado. Van hieruit vertrekt een treintje naar de top van deze berg waar O Cristo Redentor de stad bewaakt. Hier heb je een adembenemend, panoramisch uitzicht over Rio!!! Maracanã, het centrum, Pão de Açúcar, Copacabana, Ipanema/Leblon,…
Pão de Açúcar is te bereiken door twee keer de kabelbaan te nemen (via Morro de Urca). Het uitzicht hier is beperkter (Copacabana, Botafogo, Corcovado, het centrum), maar meer gedetailleerd. Je kunt met name zien hoe prachtig Rio gelegen is tussen de vele, steile heuvels.
Uiteraard heb ik nog het voetbalstadion Maracanã bezocht. Helaas kon ik er geen wedstrijd bezoeken. Het immense stadion biedt nu plaats aan welgeteld 122.268 toeschouwers. In het verleden hebben er ooit eens 183.341 toeschouwers gezeten! Ook welgeteld.
Na afscheid genomen te hebben van André, verbleef ik nog een paar dagen in een hostel waarna ik de bus nam naar Angra dos Reis.
Costa Verde: Ilha Grande, Paraty en Maresias
De kust van Rio de Janeiro tot en met Santos (in de staat São Paulo) wordt de Costa Verde genoemd vanwege het Atlantisch regenwoud dat de heuvels en bergen bedekt. Vanuit Angra dos Reis vertrekken boten (schooners) en ferry’s naar Vila do Abraão op Ilha Grande, een eiland eveneens bedekt met Atlantisch regenwoud.
In Vila do Abraão was het een drukte van belang. Er waren met name Brazilianen die er vakantie vierden. Vanwege deze drukte was bijna alles volgeboekt en de pousadas die niet vol waren, waren te duur. Samen met een Australiër ben ik naar accomodatie gaan zoeken. Na anderhalf uur zoeken vonden we iets voor een schappelijke prijs.
Op het eiland is geen asfalt te bekennen en taxi’s bestaan er niet. Stranden rondom het eiland zijn alleen te bereiken per voet over paden door het regenwoud of per boot. De dag na aankomst besloten we een paar uur te lopen naar Praia Lopes Mendes. Onderweg konden we uitrusten op prachtige stranden in smalle baaitjes met turquoise water. Het eiland was, ondanks de drukte, paradijslijk! ‘s Avonds dronken we mixdrankjes in het centrum, waar een Deense band (!) de muziek verzorgde. Na twee overnachtingen werden we door reserveringen gedwongen het eiland te verlaten. We namen de boot terug naar Angra dos Reis en de bus naar Paraty.
Paraty is een beeldschoon koloniaal plaatsje aan het water met chaotische geplaveide straten en witte huisjes. Op de vrijdag dat ik aankwam, gingen we ‘s avonds wat drinken in het centrum. Daar bleek weer de Deense band acte de presence te geven. De dag erop ben ik naar Trindade geweest, een plaatsje met enkele mooie stranden. Verder hebben we een boottocht gemaakt door de baai waar Paraty aan ligt. Hier stopten we af en toe op eilandjes met verborgen strandjes om te zwemmen en te snorkelen. Na enkele dagen nam ik een bus naar São Sebastião om vervolgens een bus te nemen naar Maresias.
Maresias is een populaire badplaats voor Paulistanos, zoals Buzios dat is voor Cariocas. Er is een surfstrand dat ik niet erg bijzonder vond. Het nachtleven in het weekend schijnt geweldig te zijn met bekende buitelandse DJs, maar dat heb ik niet mee kunnen maken. Na twee overnachtingen nam ik de 4 uur durende bus naar São Paulo.
São Paulo
São Paulo is economisch gezien de belangrijkste stad van Brazilië en waarschijnlijk van heel Latijns-Amerika. Het is enorm groot (3 keer zo groot als Parijs volgens de Footprint) en heeft de grootste Japanse gemeenschap buiten Japan.
Toeristisch gezien heeft de stad niet veel meer te bieden dan wat je zou kunnen verwachten van een grote stad. Ik heb me beperkt tot een uitzicht vanaf Edificio Italia, het hoogste gebouw in São Paulo. Vrijdags zijn we uitgegaan naar een club in Vila Olimpia.
Na een paar dagen nam ik samen met 3 Ecuadorianen (weggelopen uit een stripverhaal) de 16 uur durende bus Foz do Iguaçu.
Foz do Iguaçu
Vlakbij Foz do Iguaçu zijn de grootste watervallen van Zuid-Amerika, op de grens van Brazilië en Argentinië om precies te zijn. Omdat we ‘s morgens aankwamen konden we ‘s middags de Braziliaanse zijde in Parque Nacional do Foz do Iguaçu bezoeken. Het waterschouwspel is erg indrukwekkend! Het water stort zich met veel lawaai over een breed plateau naar beneden.
Met in mijn achterhoofd dat de Argentijnse zijde nog indrukwekkender moest zijn, nam ik voor eventjes afscheid van Brazilië om Paraguay te betreden.